Wednesday, January 04, 2006

'Grootste Belg' hype is slechts een begin...

Met het bekronen van de 'Grootste Belg' is een einde gekomen aan een maandenlange hype over een volkomen onbenullig en virtueel gegeven dat onder de categorie 'entertainment' kan worden gerangschikt. Spijtig genoeg past dat programma, net als 'Fata Morgana' en 'Allemaal SAM!', in een bredere strategie om ronduit naïeve, positieve groepsemoties uit te lokken, stelt JOHAN SANCTORUM. Het kritiekloze optimisme wordt gepromoveerd tot de laatste, postmoderne anti-ideologie.

Mijn indruk groeide gestaag dat 'de Grootste Belg' vooral een publieke oefening in optimisme was,- of iets brutaler gesteld: een poging om het collectief bewustzijn terug te brengen tot trots, bewondering, het apologetisch discours, de identificatie met grote nationale persoonlijkheden, gaande van een gewiekste pillendraaier tot een Gallisch stamhoofd.

Het probleem van dat soort spelletjes is hun maskerend, cosmetisch effect. Er ontstaat een saturatie voor geluiden uit de samenleving die minder harmonieus klinken. Men groepeert zich rond een ludieke consensus van het non-event: het Romeinse 'Brood en Spelen', getransponeerd naar de moderne massamedia.


In het verlengde daarvan pakte de VRT recentelijk uit met formats die expliciet gericht waren op het accentueren van de 'sociale cohesie', een daadgericht, solidaristisch groepsgevoel, onder het motto 'discussiëren is tijdverlies'. Sergio was met 'Fata Morgana' de trendsetter, terwijl momenteel het nog kleffere 'Allemaal SAM!' de Vlamingen een roze bril wil aanpassen. De Koning Boudewijnstichting die het concept bedacht, verwoordt het zo: 'SAM wil tonen hoe hip sociaal kan zijn, hoe leuk sommige mensen het kunnen maken met weinig, hoe lekker het loopt als je na een half uurtje mopperen de handen uit de mouwen steekt.'

Afgezien van de hilarische padvinderstaal die aan de wolligste episodes van de sixties doet denken, is die open oproep een maatschappelijk-culturele valstrik. Ze maakt iets verdacht wat wezenlijk is voor de kwaliteit van het collectief bewustzijn: het kritische discours, dissidentie die niet alleen een recht is, maar in vele gevallen zelfs een plicht.

Het gemediatiseerde optimisme is meer dan een schouderklop: het legt de consensus op en exorciseert alle vormen van verwikkeling of problematisering, onder het motto 'niet zeuren maar doen', een variant van Rodenbachs gezegde 'Nicht raisonieren_'. Vreemd vaarwater. Ik zou juist denken: wél raisonieren, deconstrueren, en zeuren over dingen die niet kloppen. Steeds opnieuw.

Spijtig genoeg zie ik de kritische, bevragende journalistiek elke dag wat verder afdrijven in de richting van de gezellige kroegbabbel met een genant hoog hoffelijkheidsniveau. Is er een verband met de opkomst van de morele herbewapeningsprogramma's à la 'Sam'? Wie herinnert zich nog de rebel Daniel Buyle, of de vierkante inquisitiestijl van Maurice Dewilde? Waar blijft de opvolger van Walter Zinzen? Waarom is alle politieke satire uitbesteed aan eindejaarsconferencier Geert Hoste? Moederziel alleen moet Phara (ironisch genoeg opgevorderd voor 'de Grootste Belg'-show) weerwerk leveren in een landschap dat in toenemende mate het land van de glimlach is geworden: alles is bespreekbaar, ieder zijn mening, als we maar eindigen met applaus.


Het nieuwe optimisme kan niet los gezien worden van zijn historisch-politieke context: we zitten in het tijdperk van de restauratie die begon met het aantreden van de bolgewassen rebel Guy Verhofstadt in 1999, na de turbulente 'witte' periode. Het voortvarende geloof in de goede afloop van de premier, in zijn eigen omgeving graag als 'voluntarisme' betiteld, is bekend. Maar het doet politiek wat tvV-programma's als 'SAM!' beogen: het tendeert naar de ontkenning van de problemen en zelfs ronduit werkelijkheidsvlucht. Met behulp van reclamelui die zichzelf tot 'communicatiespecialisten' promoveerden, genre Noël Slangen, wordt het optimisme de laatste, postmoderne anti-ideologie.

Het slechte nieuws is niet meer aan de orde, omdat het verdampt door de warmte van het goede nieuws. Natuurlijk was de Hongkongse zakenman Li Ka-Shing niet in een halfuur door onze premier omgepraat om in België te investeren, zoals de communiqués suggereerden en de camera's het in beeld brachten. Maar het werd een geldige 'voorstelling', het gerucht ging een leven leiden, en dat is de hoofdzaak. Alle 'embedded journalists' wisten het en gniffelden: dit is fake, zonder dat iemand zich verder druk maakte over de enscenering.

De ongeloofwaardigheid van het regime, die hierdoor ontstaat, zou wel eens verstrekkende gevolgen kunnen hebben. De eerste Belgische onderdaan is al als een wandelende bom uiteengespat in Irak. Nu zult u hier niet lezen dat Muriel Degauque zichzelf opblies uit onvrede met Verhofstadt. Toch heeft ze, vanuit een soort vrouwelijke antenne, iets gecapteerd wat onze decadente cultuur steeds meer parten zal spelen: een gebrek aan ernst, die nodig is om zich in zoiets als 'waarheid' te interesseren. Het besef dat de taal u bij voorbaat in het ongelijk stelt, omdat de mintekens uit de algebra zijn geschrapt. Nog even hard werken aan de positieve, sociale VRT-Vlaming, en het is in het propere Vlaanderen ook zover. Vrouwen eerst, want die doen het alvast niet voor de 33 maagden in hun hemelbed. Misschien toch maar beter snel filosofie invoeren in het middelbaar onderwijs.Het kan onze gezondheid ten goede komen.

De auteur is cultuurfilosoof en mediacriticus

0 Comments:

Post a Comment

<< Home